Ook enkelvoudige zaden kunnen als kiemvoer gebruikt worden.
Zo kunnen negerzaad, raapzaad, quinoazaad (zeer voedzaam) en andere zaden in gekiemde vorm aangeboden worden.
Een kant en klaar kiemzaadmengsel verdient de voorkeur. Quinoazaad echter dient, vanwege zijn bijzonder korte kiemtijd, apart gekiemd te worden.
Bij de kiemvoermengsels mag de inweektijd in handwarm water niet langer dan 3 uur zijn. Bij quinoazaad is een inweektijd van een half uur echter voldoende.
Door zijn verhoogde vitaminengehalte, zijn goede verteerbaarheid en zijn stimulerende werking op de voerende oudervogels is kiemvoer een ideaal aanvullend voer.
Het dient echter niet onvermeld te blijven dat het voedingsgehalte van kiemvoer, door het kiemen, ongeveer 25 % lager is komen te liggen, dan in ongekiemd zaad.
Daarom mag er niet teveel van worden gevoerd.
Het belangrijkste voedsel voor de voerende oudervogels en daarmee ook voor de jongen is en blijft een goed opfokvoer met dierlijke eiwitten in de vorm van eieren en/of melkeiwitten. De jongen bevinden zich immers in de groeifase.
Door het kiemproces wordt het vitaminengehalte - in het bijzonder vitamine E en de vitamines van het B -
complex - duidelijk verhoogd, worden koolhydraten ontsloten en wordt het zaad in het algemeen lichter verteerbaar.
Een nadeel dat aan kiemvoer wordt toegeschreven is, dat kiemvoer - nog afgezien van een beginnende gisting bij te lang inweken - een ideale basis vormt voor zwammen, schimmels en bederf.
Belangrijk bij de bereiding van kiemvoer is uiterste hygiëne van de gebruikte gereedschappen, het spoelen van het zaad voor én na het inweken, alsook tijdens het kiemproces.
(* Dit zijn schimmelremmende middelen die tevens een gunstige werking op de darmflora hebben)
Op basis van hun gehalte aan de basisvoedingsstoffen KOOLHYDRATEN en VETTEN verdeelt men de zaden in “zetmeelhoudend” en “oliehoudend."
Dan volgt hier een opsomming van zaden zoals die, naar gelang hun menging in wildzangzaad en speciaalmengsels van het huis HUNGENBERG, gebruikt worden. In Hungenberg mengsels wordt koolzaad echter niet gebruikt.
Zetmeelhoudend Oliehoudend
Witzaad Negerzaad
Gepelde haver Raapzaad
Japanse millet Lijnzaad
Plata millet Hennep
Senegalgierst Blauwmaanzaad
Rode gierst Perilla
Paarl millet Cichorei
Rode millet Teunisbloemzaad
Boekweit Gold of pleasure / Huttentut
Tarwe Slazaad
Trosgierst (Senegal/Manna) Distelzaad
Quinoazaad Zonnepitten
Kluwengras Sesamzaad
Grof graszaad Dennenzaad
Fijn graszaad Fijnsparzaad
Timotheegraszaad Sparrenzaad
Milo (rode sorghum) Mariadistelzaad
Dari (witte sorghum) Saffloerpitten
Paddy Larikszaad
Cypressenzaad
Het eiwit - aandeel is bij de oliehoudende zaden (ca. 20%) hoger dan bij de zetmeelhoudende (10 - 15%).
Toch vullen ze elkaar aan en wel vanwege het feit dat ze elk verschillende aminozuren bevatten. Bij de zetmeelhoudende zaden hebben witzaad (15,1%) en gepelde haver (13,9%) het hoogste eiwitgehalte, gevolgd door Japanse millet, Senegalgierst en rode gierst (elk ongeveer 11,1%).
Het vitaminegehalte van rijpe zaden moet als onvoldoende worden beschouwd. Dat geldt in gelijke mate voor mineralen en sporenelementen terwijl hieraan juist in de kweektijd een verhoogde behoefte bestaat . Daarbij komt nog dat rijpe zaden, in plaats van de vereiste calcium - fosfor verhouding van 2 : 1, in de regel ook nog een tekort aan calcium vertonen.
Een van de weinige uitzonderingen hierop is sesamzaad, dat zich enerzijds onderscheidt door een voldoende en optimale calcium - fosfor verhouding (1,30% : 0,72% ) en anderzijds door zijn gehalte aan aminozuren (speciaal arginine, 11,9% in het eiwit, wat overeenkomt met 24,9 gr. per kilo) en essentiële vetzuren. Sesamzaad mag derhalve - net als perilla - vooral in de kweek -, groei - en ruiperiode als een ideaal aanvullend voer of bestanddeel van het zaadmengsel gezien worden.
Aan sesamzaad wordt - vaak uit onwetendheid - weinig aandacht geschonken.